Interview met Marek Šindelka

Het vluchtelingenthema is hot, ook in de literatuur. Ook daar kan men soms niet anders dan spreken van een zeker opportunisme. Maar Materiaalmoeheid van de Tsjechische schrijver Marek (1984) is goudeerlijk. En dat komt voornamelijk door de zo typische aanpak van deze stilistisch en vooral ook vormtechnisch meesterlijk opererende schrijver, anderzijds ook door zijn innemende, oprecht bescheiden persoonlijkheid. De titel geeft al een indicatie: het lichaam als materiaal, als doorgeefluik van ervaringen. Op een gegeven moment is het op. Het organisch schrijven zorgt voor een bijna fysieke ervaring van de lezer. We volgen twee naar het noorden vluchtende broers, die samen op pad zijn gegaan, maar elkaar al snel uit het oog hebben verloren.

Machine
Šindelka: ‘De vorige roman Anna in kaart gebracht, was een boek geschreven van binnenuit, opgezet als een vuurwerk van metaforen. Veel onderwerpen aan de oppervlakte, maar in de kern gaat het over eenzaamheid, leegheid. Materiaalmoeheid is een bericht van buitenaf, over mensen die totaal geen controle hebben over hun leven. De setting is hetzelfde: het hedendaagse Europa. Maar gezien vanaf de andere kant van de hekken. Voor ons lijkt Europa een goed werkende machine die ons voedt en ondersteunt, maar voor mijn personages in deze roman is deze machine ontoegankelijk, eerder een verslinder van menselijk materiaal.’

‘Het was dan ook meer dan logisch dat ik een ander idioom zou gebruiken. Minder poëtisch, meer staccato, meer passend bij de vorm, bij het onderwerp. Ik vond dat ik de schoonheid van de taal voor deze materie tussen haakjes moest zetten. Al wijk ik daar gedoseerd van af. Aanvankelijk wilde ik iets maken dat totaal op detail, op beschrijving was gestoeld. Ik wilde zo dicht als mogelijk bij de hartslag, bij de organen van de personages komen door delen van het menselijk lichaam te “ontkoppelen”, uitlichten om te laten zien hoe een mens misbruikt kan worden door een systeem, door situaties. De roman is apolitiek, maar beschrijft hoe mensen onder controle worden gehouden. Vandaar dat er een hoofdstuk is dat volledig in het duister speelt. Personages teruggebracht tot hun lichamelijke ervaringen. Denk ook aan het hoofdstuk waarin een van mijn karakters werkt in een assemblagehal. Zijn hand, die repeterende bewegingen maakt, is onderdeel van de machine geworden.’

Vluchtelingen
‘In eerste instantie is deze roman ook een reactie op mijn verwondering – om het eufemistisch uit te drukken – over de manier waarop het vluchtelingenprobleem inzet is geworden in de politiek. Angst is sinds mensenheugenis politieke handelswaar van de bovenste plank. Bijzonder effectief. Migratie is bij ons in Tsjechië eigenlijk slechts een woord, maar wel een machtig woord, ook al heeft het niets met de werkelijkheid te maken. De inmiddels herkozen president Miloš Zeman, die zich profileert als “de president voor de gewone man”, maakte zijn tegenstander Jiri Drahos monddood door hem te verbinden aan de vluchtelingenproblematiek. Zeman spreekt van een “georganiseerde invasie” terwijl Tsjechië eigenlijk geen of nauwelijks vluchtelingen heeft opgenomen. Ergens in de tientallen. In tegenstelling tot dat feit was men klaar voor de strijd, werden er alvast groepen burgerwachten gevormd. Alsof het einde der tijden nakend was. Het is letterlijk een spookbeeld, het vechten tegen schaduwen. Komisch, zot en wreed tegelijk. Wanneer mensen bang zijn, kun je ze gemakkelijk controleren. Een politiek paradijs.’

‘Ik veroordeel de burger niet. Wij zijn misschien wel ontworpen om het vreemde, het onbekende te vrezen. Het zijn reacties vanuit de onderbuik, oergevoelens. Politici zouden het volk juist moeten kalmeren in plaats van die sentimenten oneigenlijk in te zetten en de boel flink op te hitsen. Ik kreeg het sterke gevoel dat ik hierop moest reageren. Op een bepaalde manier voelde ik me verantwoordelijk, ben tenslotte ook een inwoner van Europa, geen volkomen buitenstaander. Als schrijver kun je je wel aan de zijlijn positioneren, een stuk van de tijdsgeest vastleggen zonder een moralistisch statement te maken. De aanleiding voor het schrijven van de roman was het bericht van de verstikkingsdood van een zeventigtal vluchtelingen in een vrachtwagen langs de snelweg in Oostenrijk. Het was een hete dag in de zomer. De chauffeur was ondanks het gebonk en geschreeuw doorgereden. Hij kon het niet riskeren om zijn “vracht”, bestemd voor Duitsland, kwijt te raken. Toen duidelijk was dat iedereen dood was, ging de chauffeur er vandoor. Mensen die letterlijk in het leven en in de dood in de steek werden gelaten. Vandaar dat ik het verhaal via de twee broers vertel. Zij raken elkaar al snel kwijt, zijn via de bloedband nog verbonden, maar toch uitsluitend op zichzelf aangewezen.’

Groepsgedrag
‘Het commentaar op de sociale media op het nieuwsbericht met de verstikkingsdood van de vluchtelingen was ronduit schokkend, duizenden en duizenden haatmails. Er werd eigenlijk feestgevierd vanwege de dood van deze “indringers”. In Tsjechië hadden we altijd wel zondebokken, zoals de zigeuners of de Vietnamezen. De Vietnamezen staan ook onder vuur van rechts-radicalen, terwijl ze dag in dag uit werken en hun kinderen het op school doorgaans uitstekend doen. Het groepsgedrag komt in Materiaalmoeheid nadrukkelijk aan de orde. Zo is er de groep jonge tieners die in een bosgebied een Palestijnse vluchteling vernederen en zwaar mishandelen. Dergelijke incidenten hebben daadwerkelijk plaatsgevonden. Het is een hoofdstuk dat, zoals ik heb gehoord, bij lezers erg hard aankomt, waarschijnlijk omdat het heel direct is. Juist kinderen en jongvolwassenen zijn tot zoiets in staat omdat ze in hun acties puur en simpel zijn, nóg gemakkelijker gemanipuleerd kunnen worden.’

‘Als argument tegen het opnemen van vluchtelingen wordt vaak geroepen dat ze “onze normen en waarden” niet accepteren. Maar zijn de acties van die kinderen dan representatief voor ons denkgoed? Wat is er gebeurd met de gastvrije Boheemse ziel? Er zijn gevallen geweest van groepen twaalfjarigen die daklozen hebben vermoord omdat ze op een op andere manier zijn geïnfecteerd met het idee dat het hier geen mensen betreft, maar een soort parasiterende beesten. De schrijver moet een standpunt innemen en literatuur is bij uitstek geschikt om minderheden, om zogenaamd tweederangs mensen een stem te geven. Literatuur is geen luxe soort entertainment. De literatuur de ik wil schrijven is een gecontroleerde droom die je ergens dwingt om je zintuigen te gebruiken, die je gevoelens aanspreekt. Daarom heb ik ook in Materiaalmoeheid niet echt gefocust op de personages, maar op de relatie die ze als mens hebben met hun lichaam. En ondertussen is er toch beweging in het landschap, zijn er handelingen die beschreven worden. Ik heb er een tijd over gedacht om de personages van deze roman totaal geïsoleerd te houden. Wat gebeurd er wanneer je afgesneden bent van menselijk contact en daarnaast van alle verworvenheden van de moderne maatschappij.’

Leed als entertainment
‘Ik heb ook een aantal andere perspectieven aangesneden in de roman. Zo heb ik een hoofdstuk toegevoegd waarin de zogenaamde sensatiezoekers aan de orde komen. Mensen die een gewone baan hebben, een huis, kinderen en een vrouw en zo af en toe naar oorlogsgebieden trekken “voor de kick”. Verslaafden aan een virtueel leven. Er zijn reisbureaus die tours aanbieden naar oorlogsgebieden in bijvoorbeeld Oekraïne, Irak en Afghanistan. Dit hoofdstuk is mede gebaseerd op de accounts van iemand op de social media. Een Britse huisvader en bouwondernemer die poseert met machinegeweren in “oorlogsgebied”. Een zelfingenomen persoon die denkt dat hij een avonturier is, die grootse daden verricht, maar in feite aan de rand van de daadwerkelijk gevaarlijke gebieden de ramptoerist speelt. Het wordt ook wel “Black tourism” genoemd. Het is waarschijnlijk het idee dat wanneer je dichtbij de dood bent, je je meer in leven voelt. Net zoiets als adrenaline-sporten. In een documentaire zag ik iemand menselijke botten tonen. Alsof het een attractie betrof. Dit wonderlijke fenomeen wilde ik beslist in de roman opnemen. Deze spiegeling van mensen die het leed van anderen als een bizarre vorm van entertainment zien ten opzichte van de mensen die rennen voor hun leven.’

‘Verbeelding is natuurlijk onze belangrijkste instrument, maar door het gezichtspunt van de vluchteling te kiezen begaf ik me wel op dun ijs. Het moest hoe dan ook waarachtig worden. Je kunt het naïef noemen, maar het gebruik van dit perspectief is mijn manier van het tonen van compassie. Een zekere gedeelde smart. Ik heb uitgebreid gesproken met een aantal vrienden die oorspronkelijk uit Iran en Syrië afkomstig zijn. De mobiele telefoon neemt een belangrijke plek in de roman in. Het is voor de westerling een bron geworden van entertainment, een naslagwerk. Een apparaat dat de wereld naar je toehaalt, maar daarnaast ook de connectie met de buitenwereld verkleint, voor een verslaving zorgt. Voor de vluchteling is het juist van cruciaal belang, een laatste strohalm. Het is de connectie met een wereld die ze tenminste kennen, die van hun oorspronkelijke thuis, van hun familie. En daarnaast is het een plastic box die licht kan geven, waarin kaarten zitten. Ik hoop dat door mijn organische benadering de tocht van mijn personages, hun fysieke ervaringen, invoelbaar zijn geworden. Je weet maar weinig over “de jongen”. Hij is een atleet, een lange-afstandsrenner, en weet dus heel goed wat zijn uithoudingsvermogen is, hoeveel zijn lichaam kan hebben voordat het moe is. Daarnaast is hij een gamer. Het schrijven van zijn tocht was voor mij als het componeren van een videogame. Dat is de metafoor. Hij moet steeds weer een nieuw level zien te bereiken. ’

Sensaties
‘Ik vind dat je je als schrijver moet beperken, het detail moet laten spreken. De vluchteling die koolmonoxidevergiftiging oploopt doordat hij een dag in een krappe ruimte onder een motorkap verborgen zit, de jongen die in de stoel van de chauffeur wordt ingenaaid. Het is de lichamelijkheid, de lichamelijke ervaringen, de sensaties. Het centrale thema van mijn schrijverij. Vandaar ook dat ik de plaats van handeling in het midden laat. De oudere broer heeft wel een naam, Amir, maar de jongere broer wordt alleen aangeduid met “jongen”. Een poging om in ieder geval in het begin van de roman de waterval aan vooroordelen voor te zijn. Een lezer kan in de eerste hoofdstukken wel raden waarom de jongen vlucht, waar hij vandaan komt, maar aan de andere kant zou hij net zo goed een ontsnapte gevangene kunnen zijn. Het universele element dat je nodig hebt om vooroordelen af te zwakken. Vluchtelingen zijn van alle tijden. De gevoelens, de (lichamelijke) ervaringen, de lichamelijke prikkels van vluchtelingen rond de Eerste Wereldoorlog zullen niet veel verschillen van die van heden ten dage.’