Barstjes waardoor het licht naar binnen valt

Vorig najaar verscheen De twaalfjarige bruiloft en andere verhalen, van de Ierse Maeve Brennan (1917-1993), vertaald door Rosalien van Witsen, die ons in het nawoord laat kennismaken met deze auteur, die vooral bekendheid verwierf door haar verbondenheid met The New Yorker. Hoewel Brennan op haar zeventiende naar de Verenigde Staten verhuisde, bleef ze haar korte verhalen - een veel beoefend en gerespecteerd genre in Ierse kringen - tegen de Dublinse achtergrond van haar jeugd situeren. Een deel van haar leven bracht ze zwervend door, en tijdens haar laatste levensjaren wist ze niet meer dat ze had geschreven. Ze liet drie verhalenbundels na.

De twaalfjarige bruiloft is het derde deel van The Springs of Affection, dat in 1999 postuum werd uitgegeven. Een uitzonderlijke bundel, alleen al omdat één familie centraal staat in alle verhalen. Meestal vertoeven we in het hoofd van Delia Bagot, al wordt zij bij momenten ook bekeken door haar echtgenoot Martin Bagot, en, in het laatste verhaal, door zijn tweelingszus Min. De volgorde van de verhalen brengt een bijzonder effect teweeg. Wat in het eerste verhaal, 'De twaalfjarige bruiloft', nog op een vrij rechtlijnig verhaal over een mislukt huwelijk lijkt, krijgt door de andere verhalen meer dimensies. Meer barstjes waardoor het licht naar binnen valt ook.

In dat eerste verhaal leren we Delia kennen als een angstige, niet al te verstandige vrouw, die lijdt onder de afwerende houding van haar man, die ze te slim voor haar vindt. Als hij zich terugtrekt in zijn eigen kamer, voelt ze woede opkomen, maar het volgende moment schikt ze de mooiste rozen uit de tuin in haar lievelingskom, om ze in zijn eigen kamer te gaan zetten. Martin breekt de kom, op het moment dat hij zich wanhopig ergert aan de zorg waarmee zijn vrouw hem omgeeft, aan haar gebrek aan eigen wil. Zelf is hij trots op zijn eigen kamer, op zijn eenzaamheid.

Maar in de volgende verhalen leren we ook Delia beter kennen, in het natuurlijke biotoop van haar bescheiden, nette huis met tuin, in een Dublinse wijk. De dieren en voorwerpen in dat huis worden zo gedetailleerd beschreven, dat je als lezer de indruk krijgt dat je samen met Delia telkens weer tegen ze aanbotst: daar zijn de varens weer, het kleed met de rozen, de katten en de hond Bennie, die geen meter van haar zijde wijkt. Een grote gebeurtenis in Delia's leven is de komst van een nieuwe sofa. Het moment van ruimte en vrijheid dat eraan voorafgaat. En er zijn haar kinderen, Lily en Margaret, naast de huisdieren de enigen voor wie ze van betekenis is, beseft ze. De schaduw van haar eigen moeder troost haar in 'Het vriendelijke schaduwbeeld'. In dit verhaal vernemen we ook al iets over Jimmy, het overleden oudste kind dat Delia vervulde met het grootste geluk, maar na drie dagen stierf. De dood van de baby sloeg een wig tussen Delia en Martin lezen we in 'Het oudste kind'.

Delia tracht deze traumatische periode in gedachten te ontwijken, en ook Martins zwijgen heeft ermee te maken. Hij vindt ook dat zijn vrouw geen pogingen moet doen om na te denken, daar raakt ze alleen maar van in paniek. Maar al mag Delia dan inderdaad niet het grootste licht zijn, zij weet wie zij is, of, wie zij niet is: 'Er waren massa's vrouwen die op het gras zouden gaan liggen, op dat kleed, en niet in hun eigen achting zouden dalen en zich nooit zouden afvragen wat andere mensen wel van hen dachten. Mevrouw Bagot wenste dat ze zo kon zijn. Die hadden geluk, die mensen.' Delia weet ook dat haar dochter Lily anders is, zoals haar tante Mag anders was, en dat maakt haar bezorgd en blij. Ze kent korte momenten van intens geluk en weet ook dat Martin niet de grote schuldige is. In het verhaal 'Kerstavond' is alles perfect in het gezin, tot Delia's onverwachte somberheid het voor haarzelf komt verbrodden. Dat er niet zoiets is als een schuldige, dat lijkt de nawerking van Brennans bundel. Ze laat je niet toe eenzijdig over een van haar personages te oordelen.

De bundel eindigt met het langste verhaal, 'Liefdesbronnen', met Martins verbitterde tweelingzus Min als protagonist. Plots wordt een diepere laag aangeboord: het gezin waaruit Martin komt, met een boosaardige moeder, een vader met beperkte verstandelijke capaciteiten, en drie zussen, waarvan een, Min, Delia nooit zal vergeven dat ze haar perfecte broer van hen heeft afgepakt. En de oude Martin, die geeft toe dat zijn vrouw, die hij na vijftig jaar huwelijk heeft overleefd, van weinig betekenis was. Wel was zij bijzonder, en hij hield van haar. De dag waarop ze trouwden was perfect, voor iedereen, behalve voor Min. Een ontroerende bundel, die toont dat één familie, één mens, zich niet in één verhaal laat vangen.

Tekst:Alex Salinas